Er was eens een meisje van 2 jaar. Dit meisje werd op een dag wakker met verlammingsverschijnselen aan één kant van haar gezicht. De ouders van dit meisje schrokken zich rot en gingen direct naar het ziekenhuis. Daar bleek dat dit meisje een middenoor ontsteking had wat meteen geopereerd moest worden. Na de operatie was het meisje goed van slag. Het was in het jaar 1988 en de ouders van dit meisje mochten nog niet bij haar slapen. Het meisje voelde zich vaak erg alleen. Ook had ze van allerlei slangetjes aan haar lichaam die ze er steeds weer uit trok. Uiteindelijk hadden de zusters besloten om dit meisje iedere dag 2x een grote spuit te geven zodat ze nodige medicijnen in haar lichaam kwamen. Dit meisje vond dat niet leuk, ze moesten zelf met 6 zusters het meisje vasthouden. Dit gebeurde niet alleen tijdens het geven van de spuiten maar ook tijdens eetmomenten, dit meisje had namelijk besloten om niet meer te gaan eten. De ouders van dit meisje mochten ook bij deze momenten niet bij haar aanwezig zijn. Na 10 dagen heeft de moeder van het meisje haar mee naar huis genomen. Ze werd nog maanden lang iedere nacht schreeuwend wakker omdat ze geen spuit wilde.

Nu is dit meisje uitgegroeid tot een volwassen vrouw van 33 jaar, eigenaresse van Therapiepraktijk Zijn. Dit verhaal gaat dus over mij, ik ben het meisje van 2 jaar die in het ziekenhuis terecht is gekomen. In het ziekenhuis waar ze me spuiten gaven en waar mijn ouders niet bij mij mochten komen. Nog altijd heb ik paniek wanneer ik een spuit krijg en nog altijd heb ik angst dat mensen mij achter laten, zoals mijn ouders gedwongen waren in die tijd. Of de angst voor verlating te linken is aan mijn ziekenhuis opname kan natuurlijk niet bewezen worden, maar ik kan me zo voorstellen dat deze opname voor mij erg traumatisch is geweest op dat thema.

een ziekenhuisopname op jonge leeftijd

Een ziekenhuisopname is voor een kind een ingrijpende gebeurtenis. Als hier niet genoeg aandacht aan wordt besteed, kan die uitlopen op een traumatische ervaring met mogelijk langdurige gevolgen. De meeste problemen komen voor bij kinderen tussen ongeveer acht maanden en zes jaar, waarbij de periode tot drie jaar de meest kwetsbare is. Factoren die van invloed zijn op de reactie van je kind zijn o.a. de leeftijd, de duur van de ziekenhuisopname, de houding van jou/jullie als ouder, sociaal economische status, de houding en werkwijze van de anesthesist en andere medewerkers in het ziekenhuis. Ook een goede voorbereiding op medische handelingen is van belang.

Wanneer jouw kind opgenomen moet worden in het ziekenhuis hou dan, waar kan, rekening met de volgende kenmerken en reacties die ook bij jouw kind van toepassing kunnen zijn (bron: afstudeerscriptie FSAO Utrecht Post HBO Speltherapie Susan Knipping 2004).

Kenmerken en reacties van kinderen (6 maanden tot 3 jaar)

  • Angst voor vreemden. Je kind heeft zich een beeld gevormd van jou als zijn hechtingsfiguur. Ieder beeld dat niet in overeenstemming is met dit beeld roept angst op. Deze angst ontstaat rond de 6e maand en neemt in intensiteit af na de 10e maand.
  • Scheidingsangst. Iedere nieuwe situatie zonder aanwezigheid van jou als  ouder roept angst op. Deze scheidingsangst is het grootst tussen 1 – 3 jaar. De aanwezigheid van een ouder kan in bepaalde situaties ondersteunend zijn.

Kenmerken en reacties van kinderen (3-4 jaar)

  • Geen oriëntatievermogen in tijd en ruimte. Voorbereiding kan pas op het moment zelf of kort ervoor.
  • Geen abstractievermogen. Je peuter is niet in staat beelden te vormen van het geen hem verteld wordt. Concrete voorbereiding is belangrijk, je kind kan spelenderwijs kennismaken met attributen als het kapje, ecg-plakkers etc. Het concentratievermogen is gering, een korte duidelijke voorbereiding is noodzakelijk.
  • Geen vermogen om duidelijke verbanden te leggen tussen oorzaak en gevolg.
  • Scheidingsangst. Het is belangrijk dat jij/jullie als ouders er zijn bij de inleiding van de narcose en na de ingreep op de uitslaapkamer, zodat je kind zich veilig voelt.

Kenmerken en reacties van kinderen (4-6 jaar)

  • In verband met de magische denkwereld heeft deze leeftijdsgroep vaak angstige fantasieën over geluiden, apparaten etc.
  • Veel mutilatie angst i.v.m. gebrekkig lichaamsbesef.
  • Gering oriëntatievermogen. Afhankelijk van je kind is het mogelijk om je kleuter een dag voor de ingreep voor te bereiden. Zo kan hij/zij zich het verhaal eigen maken. Door herhaling kan het verhaal stap voor stap in overeenstemming gebracht worden met de werkelijkheid.
  • Geen abstractievermogen. Visualisering door middel van foto’s van die situaties die je kind bewust mee zal gaan maken kunnen een hulp zijn bij het voorbereiden.
  • Gevoel voor oorzaak en gevolg ontbreekt. Je kind zelf geen keuze laten maken voor een bepaalde inleidingsmethode.
  • Doorgaans nog veel scheidingsangst.

Besef van (ernstige) ziekte en dood:

  • Gebrekkig lichaamsbesef maakt het moeilijk te begrijpen wat er echt aan de hand is.
  • Magisch denken veroorzaakt veel fantasieën over stout geweest zijn en straf krijgen.
  • Je kleuter ziet de dood als een tijdelijke, omkeerbare situatie. Het definitieve van de dood wordt niet ten volle begrepen.
  • Personificatie van de dood als skelet, boeman, duivel etc.

Kenmerken en reacties van kinderen (6-12 jaar)

  • Angsten zijn meer reëel, maar een deel van de magische angst blijft bestaan
  • Angst voor beschadiging en verminking. Je kind heeft de waarde van zijn lichaam leren kennen. Je kind is bang de greep op zijn lichaam te verliezen. Het overgeleverd zijn aan anderen roept angst op.
  • Angst voor de narcose. Veelal is dit de angst voor het verlies van controle over het eigen lichaam. “Ze letten toch wel goed op me? Maken ze de kinderen altijd weer wakker?”.
  • Privacy wordt belangrijk.
  • Regressie, jonge schoolkinderen kunnen ineens weer gaan bedplassen, of erg aanhankelijk worden.
  • Fantasieën dat ziekte een straf is voor slecht of grensoverschrijdend gedrag; schuldgevoelens.

Besef van (ernstige) ziekte en dood:

  • Lichaamsbesef is nog steeds vaag en vaak onjuist. De plaats en de werking van de organen is vaak niet bekend.
  • Na 8e – 9e jaar is er meer begrip voor het definitieve doodgaan.
  • Rond 11e – 13e jaar, zijn kinderen reëler. Er ontstaat een meer ‘volwassen’ begrip van dood als een onvermijdelijk onomkeerbaar iets.

Mogelijke gevolgen van een ziekenhuisopname bij kinderen

Het komt met regelmaat voor dat kinderen na een ziekenhuiservaring nog geruime tijd last hebben van (scheidings-) angsten, slaapproblemen, of zelfs weer in bed gaan plassen. Als ouders zijnde is het dan belangrijk om er te zijn voor je kind, en weer vast te houden aan de regelmaat en de regels van thuis.

Wanneer kinderen hun ziek zijn of een ziekenhuisopname als traumatisch hebben ervaren, houden ze vaak vast aan de machteloosheid die ze toen voelden. Het is belangrijk dat je kind ervaart dat hij/zij wel degelijk macht heeft en keuzes kan maken. De machteloosheid die jouw kind als slachtoffer ervaren heeft, hoeft niet over alle andere gebieden in zijn of haar leven te gelden.

Kinderen kunnen hun slachtofferrol overdrijven en in stand houden om daarmee de bescherming van anderen te winnen. Andere kinderen gedragen zich weer aanvallend, om zichzelf tegen de agressor en bedreigende gebeurtenissen te beschermen. Als kinderen ervaren dat ze over zichzelf de controle hebben, zullen ze minder geneigd zijn om zich volgens een van deze gedragingen te uiten. Door het kind keuzes te bieden en mee te laten denken in planning of uitvoering van de behandeling geef je ze een stukje controle in de toch al moeilijk situatie.

Kinderen die zoveel hebben meegemaakt qua ziek zijn of ziekenhuisopnames kunnen zich anders gaan gedragen, of zich niet gelukkig voelen. Ze kunnen moeite hebben om hun ervaringen een plek te geven. Ziek zijn is een proces. Kinderen die een chronische ziekte hebben of regelmatig naar het ziekenhuis moeten, hebben dan ook meer tijd en aandacht nodig om alles te verwerken.

Merk jij als ouder dat jouw kind last heeft van bepaalde blokkades die voor de ziekenhuisopname er niet waren, is het soms noodzakelijk om de hulp van een professional in te schakelen. Bij Therapiepraktijk Zijn kan je ook voor deze hulpvraag terecht. Ik heb een specialisatie gedaan op het gebied van traumaverwerking vanaf 0 jaar