Psychomotorische therapie (vaktherapie)

Psychomotorische therapie

Psychomotorisch therapeuten behandelen cliënten met een hulpvraag ten gevolge van psychosociale problemen of psychiatrische stoornissen. Lichaamsbeweging, een realistisch lichaamsbeeld en het vermogen om naar je lichaam te luisteren zijn belangrijke elementen van het psychisch welbevinden. De psychomotorisch therapeut neemt deze elementen als aangrijpingspunt van de behandeling en maakt gebruik van bewegings- en lichaamsgerichte werkvormen. Psychomotorische therapie is een ervaringsgerichte therapie. De ervaring is het uitgangspunt van de therapie om voelen, denken en handelen met elkaar te verbinden.

De therapie is gericht op het verminderen of wegnemen van psychische klachten, het bevorderen van het psychisch welbevinden of is gericht op acceptatie van klachten. De psychomotorisch therapeut sluit altijd aan bij de hulpvraag en de mogelijkheden van de cliënt.

In mijn blog vind je de specifieke hulpvragen die passend zijn voor pmt voor kinderen & jongeren, volwassenen en ouderen.

Vaktherapie

Vaktherapie is de overkoepelende naam voor beeldende therapie, danstherapie, dramatherapie, muziektherapie, psychomotorische (kinder)therapie en speltherapie. Als therapeut zal ik het meeste gebruik maken PMT maar ik kan ook prima een uitstapje maken naar beeldende vormen, muziek drama of speltherapie.

Vaktherapie is een ervaringsgerichte manier van het behandelen van psychosociale en psychiatrische problematiek. Niet praten, maar juist doen en ervaren staan bij vaktherapie centraal. Dit kan bijvoorbeeld via rollenspel, muziek, dans, bewegingsoefeningen, sport, spelen, tekenen ed. Tijdens een behandeling middels vaktherapie wordt er wel gesproken, maar dit wordt zo min mogelijk gedaan. In ervaring komen is het belangrijkste.

Een cliënt doet verschillende ervaringen op tijdens de behandeling. Deze ervaringen leiden tot nieuwe vaardigheden en inzichten die de cliënt in zijn dagelijkse leven kan toepassen. Het gaat om emotionele vaardigheden, cognitieve vaardigheden, sociale vaardigheden of vaardigheden op lichamelijke gebied.

Anouk, een meisje van 9, kwam bij mij in therapie omdat ze bang was alleen te zijn. Anouk kwam de eerste keer met een hele grote knuffel binnen die haar kon beschermen tegen mij. De eerste paar sessies waren dan ook gericht op het contact maken en het opbouwen van een vertrouwend band. Dit hebben we gedaan door te knutselen, te tekenen en door met handpoppen te spelen.De derde sessie kwam Anouk zonder knuffel de praktijkruimte binnenwandelen.

Door het inzetten van de handpoppen kon Anouk mijn handpop haar hele verhaal vertellen waar ze zo bang voor was. Door middel van tekeningen hebben we haar angsten in beeld gebracht waardoor Anouk zelf in staat was doelen te bedenken en de tussenstapjes die er voor nodig zijn. We hebben een boekje gemaakt van de doelen en de tussenstapjes. Naast dat we in de praktijk aan het oefenen waren met de tussenstapjes, was het belangrijk dat ze thuis hier ook mee aan de slag zou gaan dus we hebben haar ouders en haar zus gevraagd om Anouk te supporten tijdens het oefenen.

Na 5 weken oefenen en verschillende doelen behaald te hebben heeft Anouk aangegeven dat ze mij niet langer meer nodig had en dat ze vanaf nu alleen wel aankon.

André, een jongen van 5 jaar, was door school aangemeld omdat hij nogal boos gedrag vertoonde. André kon dan ook snel fysieke agressie tonen naar andere kinderen. Binnen poppenspel met André werd al snel duidelijk dat hij moeite had met zichzelf sociaal wenselijk opstellen. Zijn karakter (vaak de grote handpop) werd ook snel boos wanneer andere poppen met hem wilde spelen. Tijdens het spel is hij hierop aangesproken door andere poppen en kon hij in een veilige omgeving experimenteren met ander gedrag.Hij heeft kunnen ervaren wat het resultaat van zijn nieuwe gedrag was; de andere poppen wilde graag weer met hem spelen. Uiteindelijk heeft André dit nieuwe gedrag ook op school laten zien waardoor hij zijn boze houding niet meer zo vaak nodig had.
Jorien (11) werd door school aangemeld omdat ze alles perfect wilde doen. Ze vond het bijvoorbeeld vreselijk om een foutje te maken. Ze vertelde dat ze zo verdrietig werd van het maken van een foutje dat ze op school vaak moest huilen. Andere kinderen vonden dat stom waardoor ze soms ook gepest werd. Jorien vond het belangrijk wat andere kinderen van haar vonden en wilde dus ook gewoon heel graag ‘normaal’ gevonden worden.

Met Jorien zijn we in het begin gaan oefenen met foutjes maken. Door een kleurplaat ‘slordig’ in te kleuren en met niet kloppende kleuren of door zo veel ballonnen in de lucht hoog te houden waardoor er altijd wel eentje op de grond viel. Jorien had al snel door dat je van foutjes maken kon leren waardoor je bij de vogelende poging je strategie kon aanpassen. Dat vond ze wel een leuke ervaring. En daarnaast had ze ervaren dat je tijdens het maken van ‘foutjes’ ook ontzettend veel lol kon hebben. En wat hebben wij een lol gehad, en wat hebben we veel nieuwe spellen bedacht om maar foutjes te kunnen maken.

Het einddoel van Jorien was midden op een druk plein een opdracht te doen die heel moeilijk zou zijn. De opdracht die ze zelf had bedacht was badmintonnen met een pingpongballetje. We hebben van te voren bedacht hoe ze zou kunnen reageren en hoe ze zich zou kunnen voelen. Ook hebben we bedacht wat alle voorbijgangers van ons zouden vinden. Hierin was ze erg  streng tegen zichzelf en had ze verwacht dat voorbijgangers afkeurend zouden zijn tegenover haar.

En daar stonden we op vrijdag ochtend midden op een plein kei hard lol te hebben. Jorien merkte al snel dat de voorbijgangers het eigenlijk wel leuk vonden, ze waren aan het lachen en sommige wilde zelf weten wat voor spel we aan het doen waren. Jorien vertelde in geuren en kleuren aan iedereen die het maar wilde horen dat ze dit spel zelf bedacht had om te oefenen met het maken van foutjes. Wat ben ik trots op Jorien.