tips voor kindertekeningen analyseren

Kindertekeningen

Wat is je eerste indruk van de tekening? Vrolijk, droevig, angstig? Probeer je te verplaatsen in de tekening, voel, hoor en zie hoe de figuren zich gedragen ten opzichte van elkaar en zichzelf, zodat je je beter kan inleven in de situatie.

Kijk naar vergissingen, ongelukjes (wat wordt overtekend? is er iets mislukt? ging er wat fout?).

Wat klopt niet? Zijn er vreemde afwijkingen, zoals bv. een klok met letters, een auto die vliegt. Zo’n afwijking duidt vaak op bepaalde problemen die aan de oppervlakte gebracht moeten worden.

Wat ontbreekt in de tekening aan personen, dingen, omstandigheden? (vaak symboliseren zij datgene wat ontbreekt in het leven van die persoon).

Wat staat centraal? (aanwijzingen voor de kern van een probleem, ook wel, wat op dat moment belangrijk is in het leven van de maker: vader, moeder, Sinterklaas, verhuizing, ziekte, school).

Lichaamsverhoudingen: wat wordt weggelaten, klein gelaten, onbelangrijk gevonden, overdreven benadrukt. Wegstrepen: als een kind zichzelf steeds doorstreept kunnen we ons afvragen of het kind zichzelf ‘wegcijfert’. Welk lichaamsdeel wordt weggestopt, wat wordt weggelaten of vergeten.

Vanuit welk perspectief wordt getekend? Waar is de horizon (hoe hoger de horizon, hoe ‘verder’ het verhaal weg is).

Let op inkapseling van figuren: regenboog, springtouw, cirkel als afscherming of bescherming. Hebben figuren iets in de hand: bezem knuppel, lepel? En waarom?Is dit om controle over de omgeving te hebben?